Een poel zorgt voor leven

Het is lente en de natuur verandert. De eerste knoppen aan de bomen, sleedoornstruiken staan volop in bloei en her en der komen de eerste frisgroene blaadjes tevoorschijn. Behalve de verandering van de bomen en planten heeft er ook een verandering plaatsgevonden in het landschap van Koningsakker. Op het herfstveld is sinds eind maart een poel.

Poel: ondiep, stilstaand water in de openlucht

Een poel. Een kleine, ondiepe waterspiegel met glooiende oevers en weinig tot geen stroming. Ze brengen rust en leven tegelijk. Ze zijn mooi in een landschap maar bovenal enorm nuttig. Een poel zorgt voor biodiversiteit: veel planten en dieren hebben de poel en zijn directe omgeving nodig om zich te kunnen voortplanten. Het is een plek om zich te verschuilen, om te gebruiken als drinkplaats of om op zoek te gaan naar voedsel.

Libellen & watersalamanders

Door deze nieuwe poel verschijnen op de natuurbegraafplaats weer andere soorten insecten en amfibieën. Soorten die afhankelijk zijn van water. De poel is gevuld met voedselarm regenwater, geen voedselrijk landbouwwater. Wat kunnen we hier in de toekomst verwachten? Diverse libellensoorten zoals de bruine winterjuffer, azuurwaterjuffer, platbuik, watersnuffel en venwitsnuitlibel. Misschien, als we geluk hebben, ook de zeldzame gevlekte witsnuitlibel. Ook waterkevers en kokerjuffers zijn geliefde gebruikers van een poel. Deze insecten zijn weer voedsel voor amfibieën als de poelkikker en kleine watersalamander. Wellicht ook de zeldzame kamsalamander. Omdat de poel ondiep is en soms zelfs droogvalt, zullen er geen vissen in voorkomen. Dit is gunstig voor de amfibieën, want vissen eten jonge amfibie eieren en larven.

Foto’s v.l.n.r.: bruine winterjuffer, kleine watersalamanders, platbuik, rugstreeppad, venwitsnuitlibel en een watersnuffel. Klik op de foto voor een vergroting.

Aanleg en begroeiing

De poel is met een zacht hellend talud ontgraven door Johan Rap landschapsbeheer uit Arnhem. Diepe en ondiepe zones wisselen elkaar af. Een grillige oeverlijn waar een gevarieerde oeverbegroeiing gaat groeien die door verschillende insecten gebruikt wordt. Dieren kunnen door het talud makkelijk in en uit het water, de begroeiing gebruiken ze om in te rusten of te schuilen. Planten rondom de poel ontstaan vanzelf, zodra het vochtgehalte gunstig genoeg is.

Waterstand

In het voorjaar heeft de poel een waterdiepte van ongeveer 1,5 meter maar kan aan het eind van de zomer droog komen te staan. De dier- en plantensoorten die in dit soort wateren kunnen leven zijn pioniersoorten. Soorten die zich snel voortplanten. De jonge amfibieën zijn aan het eind van de zomer groot genoeg en gaan buiten de poel op zoek naar en overwinteringsplek. De planten hebben zaad die lang kiemkrachtig blijven. Ze wachten totdat de omstandigheden goed genoeg zijn om te ontkiemen (dat kan wel 50 jaar zijn!). Behalve een habitat voor amfibieën en insecten, zal de poel ook gebruikt worden als drinkplaats voor vogels en zoogdieren. Zo lopen er regelmatig reeën over de natuurbegraafplaats en door het omliggende bos.

Natuurbeheer

Om te voorkomen dat de poel dichtgroeit met beplanting, wordt deze eens in de zoveel jaar voor de helft opgeschoond. Door één helft te laten staan, behouden we de insecten op die afhankelijk zijn van deze beplanting (net als het gefaseerd maaien op de velden). Na de volgende jaren schonen we de andere helft op. Om te voorkomen dat de zon niet meer op het wateroppervlak schijnt, wordt de beplanting aan de zuidzijde kort gehouden. Dit is voor veel watersoorten een belangrijke voorwaarde om te kunnen overleven.

Niet voor honden

We vragen u, uw hond uit het water te houden. Deze poel is geen zwemvijver. Honden kunnen namelijk de natuurlijke evolutie van de poel verstoren. Houd uw hond aan de korte lijn op de natuurbegraafplaats. Bij voorbaat dank.

Fotografie: Header: Martine | Amfibieën en reeën: ecoloog Erwin Goutbeek | Poel bij meidoornhaag: Martine | Laatste foto: Johan Rap
Geplaatst in Alle berichten, Koningsakker, NatuurTagged , , ,